Start Vreest niet Een put van levend water Geest en vuur Behouden worden
| |
Isaak
bij de Filistijnen
'Eens kwam er een hongersnood in het land, behalve de eerste
hongersnood, die er geweest was in de dagen van Abraham; en Isaak ging
naar Abimelek, de koning der Filistijnen, naar Gerar. Toen verscheen hem
de Here en zeide: Trek niet naar Egypte, woon in het land, dat Ik u zeggen
zal, vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u
zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de
eed gestand doen, die Ik uw vader Abraham gezworen heb. En Ik zal uw
nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw
nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken
der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn
dienst in acht genomen heeft, mijn geboden, mijn inzettingen en mijn
wetten. Dus bleef Isaak in Gerar.' Genesis 26:1-6
Zaaien en oogsten
'En Isaak zaaide in dat land en oogstte in dat jaar
honderdvoudig; want de Here zegende hem. En die man werd rijk, ja
gaandeweg rijker, totdat hij zeer rijk geworden was. En hij had kudden
kleinvee en runderen en een talrijke slavenstoet, zodat de Filistijnen hem
benijdden. Al de putten nu, die de knechten van zijn vader gegraven
hadden, hadden de Filistijnen dichtgestopt en met aarde gevuld. Toen zeide
Abimelek tot Isaak: Ga van ons heen, want gij zijt veel machtiger geworden
dan wij. Dus ging Isaak vandaar en hij legerde zich in het dal van Gerar en
woonde daar.
Levend water
En Isaak groef de waterputten, die men gegraven had in de dagen
van zijn vader Abraham, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden
dichtgestopt, weer op, en noemde ze met dezelfde namen, waarmee zijn vader
ze genoemd had. Daarna groeven de knechten van Isaak in het dal en vonden
daar een put met levend water. Toen twistten de herders van Gerar met de
herders van Isak en zeiden: Dit water is van ons. En hij gaf aan die put
de naam Esek, omdat zij met hem getwist hadden. Toen zij een andere put
groeven, twistten zij ook daarover. En hij noemde die Sitna.
De Here heeft ons ruimte gemaakt
Toen brak hij vandaar op en groef een andere put, waarover zij
niet twistten. Deze noemde hij Rechobot, en zeide: Nu heeft de Here ons
ruimte gemaakt, zodat wij vruchtbaar kunnen zijn in het land. En hij
vertrok vandaar op naar Berseba. En de Here verscheen hem in die nacht en
zeide: Ik ben de God van uw vader Abraham; vrees niet, want Ik ben met u.
Ik zal u zegenen en uw nageslacht vermenigvuldigen ter wille van mijn
knecht Abraham. Toen bouwde hij daar een altaar en riep de naam des Heren
aan. Hij spande daar zijn tent, en de knechten van Isaak groeven daar een
put.' tot : 25 |
|