|




| |
De vraag naar de
opstanding
Op de vraag naar de opstanding zegt Jezus: "Wat nu de doden
betreft, dat zij opgewekt worden, hebt gij niet gelezen in het boek van
Mozes, bij de braamstruik, hoe God tot hem sprak, zeggende: Ik ben de God
van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob. Hij is niet een God
van doden, maar van levenden." Marcus 12:26 Dit antwoord gaf Jezus op
de vraag naar de opstanding, van wie men de man of de vrouw zal zijn. Jezus
ging verder en sprak tot hen: "Dwaalt gij niet daarom, dat gij de
Schriften niet kent, noch de kracht Gods? Want wanneer zij uit de doden
opstaan, huwen zij niet, en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij
zijn als engelen in de hemelen." :24-25 We zien hieruit hoe
belangrijk het is om de Schriften te kennen. Wanneer wij de
Schriften niet kennen, dan is de mogelijkheid aanwezig om te dwalen; maar
ook de kracht Gods kennen wij dan niet. Onderzoek van de Schriften maakt
ons duidelijk wat Jezus voor ons gedaan heeft en wat Hij in ons kan doen.
Dan begint het Woord te leven.
Onze geest moet vernieuwd worden, zodat Gods Geest ons kan besturen. Op
die wijze kunnen wij elkander begrijpen en met elkander omgaan. We zien
wel hoe belangrijk het is om de dood van Christus binnen te gaan, want dan
kan God belonen met zijn Heilige Geest, door welke wij de Here meer en
meer leren kennen en liefhebben. Nu kunnen wij ook begrijpen wat er staat
in 1 Corinthe 13:2, 3 "maar ik had de liefde niet, ik ware
niets". Verder kunnen wij enigszins volgen de gang van het
leven; "Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik
als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden; heb
ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in
raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik
onvolkomen, maar dan zal ik volkomen kennen, zoals ik zelf gekend ben. Zo
blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is
de liefde. :11-13"
Kracht
In Romeinen 1 schrijft Paulus over Christus Jezus, de Zoon van God,
gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der
heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn
in kracht. Jezus zeide bij zijn komst in de wereld: "Slachtoffer en
offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid, in
brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad. Toen zeide
Ik: zie, hier ben Ik -in de boekrol staat van Mij geschreven- om uw wil, o
God, te doen." Hebreeën 10:5-7` Hoewel
zij naar de wet gebracht worden, heeft Hij daarna gezegd: Zie, hier
ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten
gelden. Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het
offer van het lichaam van Jezus Christus." Hebreeën 10:8-10 Wij zijn dan geheiligd door
zijn offers, maar nu krijgen wij gelegenheid om zelf deel te krijgen aan deze
heiligheid door zijn wil te doen.
Het is niet zo dat Jezus alles voor ons gedaan heeft, opdat wij niets
behoeven te doen. Dat heeft geen goede uitwerking, maar volg ik Jezus in
zijn voetsporen, dan gebeurt er iets binnen in mij. Het wordt dan
duidelijk voor mij wat ik doen moet om eeuwig leven te krijgen; maar
vooral om deel te krijgen aan Goddelijke natuur. Jezus zegt: Leert van Mij want
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Tot Daniël werd gezegd:
"Vrees niet, Daniël, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop
gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen,
zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden." Daniël
10:12 Mijn geloofspositie is dan: zachtmoedigheid en ootmoed.
|
|